Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

De heer Hoffman. Mijnheer de Voorzitter! Na de woorden van den heer Veraart acht ik mij verplicht een korte toelichting te geven. De geest van dit debat heeft duidelijk bewezen dat het niet gaat om dat geveltje, maar om den geest van Spinoza.

Ik heb eens in den Hongaarschen Rijksdag een magnaat hooren zeggen: In de eerste plaats ben ik christen en daarna bén ik Hongaar. Ook Marx heeft eens in een interview te Londen vele jaren geleden gezegd, 'dat hij in de eerste plaats was socialist en dan pas Duitscher. Zoo zeg ik hier ook dat met betrekking tot deze kwestie, nu die eenmaal in principieele banen is geleid, dat ik niet kan en niet wil deelen het nationalistisch standpunt ten opzichte van het Katholiek inzicht van den heer Veraart. Met betrekking tot dit geringe vraagstuk met zijn diepen ondergrond ben ik allereerst christen, wil ik trachten Roomsch-Katholiek christen te zijn en eerst daarna Nederlander en om die reden alleen schaar ik mij aan de zijde zelfs van een man als de heer Lingbeek.

Het gaat hier voor of tegen Spinoza. Wij moeten toch een subsidie geven dat betaald wordt door allen in Zuid-Holland en nu kunnen wij wel zeggen, daarmee hebben wij geen rekening te houden, wij hebben zekere bevoegdheden, zeker mijnheer de Voorzitter, maar wij moeten ons toch afvragen waar zijn daarvan de grenzen?

Honderden menschen in Zuid-Holland zullen aan dit subsidie moeten meebetalen, die niets willen weten van een hulde aan Spinoza ; de algemeene wereldhulde aan Spinoza moge Spinoza verdienen als wijsgeer, maar ik vraag mij af hoeveel menschen zijn hier, zelfs aan de linkerzijde die weten wat het stelsel van Spinoza beteekende; als onder de intellectueelen daarnaar eens een onderzoek werd ingesteld, hoe bedroevend zou de uitkomst zijn.r

Sluiten