Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pand getrokken. Als ik mij omdraaide, staarde ik een oude heks in rood omrande oogen.

„Een muzikant en bultenaar," verduidelijkte ik.

Ze knikte geheimzinnig. Ze ging mij voor op een trap, die bij iedere schrede een zucht gaf, welke een benauwende stilte verschrikte, een deur kreunde open, en toen ik er over den uitgesleten drempel trad, vond ik een meisje, dat bijna een kind was, op den rand van een bed zitten; enkel had ze een dun hemdje aan, dat een van haar borsten ontbloot liet. Ze lachte mij tegen. Ik vloekte, en duwde de koppelaarster op zijde.

Buiten haalde ik diep adem. Nu begreep ik wat het beteekende, om naar paarlen te duiken op den bodem van den oceaan, of goud uit rivierzand te wasschen. Moe was ik geworden en duizelig van het komen en keeren, het opstijgende stof, den reuk uit de sloppen en al dat vergeefsche. Maar juist toen ik mijn plan wilde opgeven, en den kant naar huis uitging, daagde er redding op in de gedaante van een moeder met een kind op elk van haar armen, en aan iederen rokkeband nog een dreumes. Zij droeg een hagelwit mutsje, en een blank gestreken halsdoek over den boezem geplooid. Toen zij een dienaresse maakte, en haar beide dochtertjes het haar nadeden, was dit zóó'n hupsen en hartverblijdend schouwspel in het dansen van de zon, dat mijn moed weer opsprong.

„Valentijn, de speelman?" zeideze. „Onze buurman

21

Sluiten