Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK

Waar de gave der elfen machtiger blijkt dan de ellende des levens.

Op een stoel met drie pooten was ik naast hem gaan zitten, en omdat ik in het geheel niet kon bedenken, hoe ik het doel van mijn bezoek duidelijk zou maken, begon ik er maar mede, verslag uit te brengen over de avonturen, die ik zooeven op mijn ontdekkingstocht had beleefd. Toen ik met mijn verhaal tot de verblijdende buiging in den zonneschijn genaderd was, hoorde ik mompelen:

„De kloek en de helft van haar kuikens, hier thuis heeft zij er acht te gast," en daarbij gleed er zulk een fleurige glimlach over het moede en zieke gezicht van den speelman, alsof het Mei wilde zijn in het hart van den winter.

Die glimlach was een goudstuk waard. Ik riep de vrouw bij ons boven en ik gaf haar dat goudstuk. Ik durfde haar niets aan te bieden, en daarom vroeg ik, of zij den geneesheer wilde roepen, vertrouwende, dat zij bij de betaling zichzelve niet vergeten zou. Maar uit den spoed en ijver, waarmee de geroepene dadelijk opdaagde, begreep ik, dat geen penning hem onthouden was.

23

Sluiten