Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijls vermoed heb, dat hij, niet anders dan ik, was verwisseld, hij met zijn al te groot hoofd, een rug die al evenmin recht was, en zijn dwalende oogen; door de sterren gezegend, door de menschen geschuwd."

Hier zweeg de verteller, en toen ik een tijdlang geduldig op het vervolg had zitten wachten, merkte ik, dat hij ingeslapen was.

Behoedzaam rees ik op, en terwijl ik bij het weggaan de kamer rondkeek, zag ik een jas aan den muur hangen, die tot op den draad was versleten. Ik haakte hem af van den spijker, verborg hem onder mijn mantel, en nam hem mee.

30

Sluiten