Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe krijgslist heb verzonnen, en kan ik het zoo nog verhoeden, om ten buit te vallen aan de onvermurwbaarheid van een mismaakte erfgename. Ijverig hoor ik mijn pen krassen.

Intusschenishet tijd geworden, om aan den uitgang te denken. Basque laat ik mijn kleederen uit de toogkast halen, dat ik er een keus uit zal doen; den blauwen rok met zijn geborduurde loovertjes, het zwart habijt, waarvan de lubben aan de mouwen van echt Mechelsch maaksel de vrouwen in bewondering plegen te brengen, zoodat ze zich er over heen moeten buigen, en het niet laten kunnen, om ze te betasten; het gele kamizool met zijn robijnen knoopen. Alles een vreugde van kleuren, die de kamer in gloed zet als een bosch in het najaar. Ik kies een groen-fluweelen jas, een goudbruin vest, en bruine kousen, en mijn driekante steek moet er bij met zijn struis vogel veeren.

De draagkoets wacht mij buiten al. En als ik ten slotte gekleed ben, en langs de gekromde ruggen van een dubbele haag dienaars de hooge koetspoort uit ben getreden, dan is het niet de onnoozele zonderling, die een snijder zijn verontschuldigingen aan heeft geboden, maar Claude, vicomte de Lingendres, die in het wiegelend voertuig stapt, zich terecht schikt in de zijden kussens, en er een behagen in schept, om zich op de schouders van twee boomsterke kerels over het ongelijke plaveisel te laten dragen.

45

Sluiten