Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was ik zoo zwak geweest uit verlangen, naar wat was mijn begeeren dan uitgegaan? Had ik juist dien morgen niet den preutschen voorspoed als mijn gevangene mee naar huis genomen? Beteekende mijn schreien soms wanhoop over iets, dat ik verloren had; naar welk kleinood moest ik dan zoeken, wat voor onschatbaars, daar ik toch alles bezat?

Het scheen mij toe, of van het antwoord op die vragen op wonderbare wijze het geluk afhing van aanstonds en morgen. Ik kon het niet vinden en «afgemat van turen wachtte ik op de schemering.

Eindelijk, op den derden dag, en Zaterdag was het geworden, ging ik over tot wat ik al die zware uren reeds geweten had, dat ik doen moest, doch waartegen ik mij, met nog meer schaamte en afkeer dan tegen mijn kwellende gedachten, had verzet: Ik liep naar mijn speelman.

Eigenlijk stond ik opeens in zijn kamer, vol verwondering over wat er was gebeurd. Maar dadelijk kwam daar een schrik bij, want het bed vond ik leeg, de gitaar was van den spijker afgenomen, en alleen de oude jas, blijkbaar teruggebracht door den snijder, gaf een donkere vlek op dèn gekalkten muur. Ik speurde om in het ronde, als wilde ik naar verklaringen zoeken, en voor het eerst nu merkte ik op, dat het glas van het venster was gebroken, en dat er een stuk van den hemel door de dakpannen naar beneden keek,

52

Sluiten