Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juist zooals je pas ontdekt, dat een kooi kapot is en versleten, als de vogel, die er zoo schoon in heeft gezongen, weggevlogen is. Ik klom weer de trap af.

Waar de moeder woonde met haar achttal aarzelde ik, maar deed toch de deur open. Damp en warmte sloegen mij tegemoet. Onder een hooge, zwart berookte schouw brandde een houtvuur, waarboven een geweldige ketel aan zijn ketting borrelde en stoomde. Drie badkuipen «waren er neergezet. Uit elk er van kwam een kind opduiken, naakt als een heiden, die in de doopvont is gestapt. De andere vijf zaten zich in den haardgloed te drogen, rozerood en door den weerschijn der vlammen geblakerd. Met bloote armen en de rokken opgeschort, knielde de vrouw neer naast een van de tobben. Lachend rees ze op en groette mij.

„Kinderen," riep ze, „dit is de heer van de kersen."

„En van de tomaten," jubelde een hooge stem.

„En van de kaas, die zoo zacht is, dat je er een vinger in kunt steken, die er heelemaal vet en zoet wordt uitgehaald."

En een roepen, een juichen.

Ik voelde een kleine, natte hand in de mijne, en aan mijn andere zij een nog vochtigen schouder. Allemaal kwamen ze aangesprongen, en ook de drie druipende doopelingen probeerden naar boven te klauteren over den rand van hun kuip. De moeder schiep orde, en

53

Sluiten