Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wanneer ik weer opzie, schrik ik en krijg ik een kleur als een schooljongen. Ons maal wordt opgediend.

Later heb ik den glans van heur haar leeren kennen, de tint van haar oogen, de fiere lijn van haar hals en haar schouders en heb ik het blanke van een kleinen voet doorvoeld; maar nu ze de volle terrien voor zich uitdraagt, langzaam, het hoofd achterovergebogen, en zij in den damp, die van den schotel opstijgt, als achter een sluiertje verborgen gaat, kan mijn bewondering niets anders dan in een geleend woord van haar roemen, en dat ze de grashalmen onder haar voetstap doet uitspruiten en in haar oogenschijn de lente terugbrengt, zeg ik een beminden dichter in gedachte na.

Onderwijl is mijn muzikant van de bank opgesprongen, en terwijl hij een strijkvoet maakt en een hand aan de borst legt, spreekt hij:

„Valentijn, de speelman, die met een zak vol liederen, waar een gat in zit, op het pad is, en die niet omkijkt naar de grabbelende vingers achter hem. En dan mijn vriend hier, Fridolin, die even achteloos de kostbaarste tonen aan zijn clarinet laat ontvallen. En allebei wij samen twee hongerige halzen, die door een milden geur zijn aangelokt."

„En ik ben Madeleen," antwoordt ze met een bevallige buiging, nadat ze de biersoep op de tafel heeft

114

Sluiten