Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mij gaf hij geen vreugde.

Maar eer ik er dieper over nadenken kon, bleek Madeleen mij al vergeten.

„Nu weet ik toch zeker ..." fluisterde ze met een grooten angst in haar stem, zich naar de duisternis heenwendend.

Valentijn rees op om den tuin in te gaan.

Op hetzelfde oogenbhk daverde er een slag op ons neder, zoo dreunend, als werd er een batterij veldslangen tegen ons losgebrand, een wild, blauw hcht vloog op door het loover, en een windvlaag wierp onze lampions door elkander. Eén vatte er vuur.

Dan stroomde de regen.

122

Sluiten