Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maax hier legde Valentijn haar het zwijgen op in een driftig dwingend wuiven van de hand.

Hij knielde op den weg neer en drukte een luisterend oor tegen den grond aan.

Ijlings sprong hij op, en zeide, dat hij paarden nader hoorde galoppeeren, dus dat wij ons snel achter de struiken te verschuilen hadden.

Er groeiden maar weinige heesters, en dicht op elkander doken wij achter een boschje ervan neer.

En hierdoor werd het sprookje voortgezet, waarmee de morgen was begonnen : de kobold, de struikroover die het angstige hart van wie zich naast hem had genesteld voelde kloppen, en dan nog zuster Anna s naderende stofwolk, welke tusschen de torentinnen ontdekt wordt. Maar bovendien ook een tak vol van donkere bramen, die midden onder het gevaar door worden afgeplukt en frisch worden gegeten. Het aanzwellende hoevengetrappel, de ruiters, en dan mijn onthutstheid, als ik in een van de mannen den lijfknecht van mijnheer de Pomponne herken, doch mijn nog veel gróótere verbazing, als ik in het midden, ingesloten door den troep, mijzelf voorbij zie rijden, nüjzelf met mijn mosgroenen rok aan, den degen opzij met den robijn aan het handvat, en mijn bevederden steek op de krulpruik.

Wat ik je gezegd heb, de ezel," fluisterde Valentijn mij'in het oor, „ze zien hem voor jou aan, maar als ze

130

Sluiten