Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, ik weet, dat ze mij niet zien kan. Mijn hart klopt luid als van een kleinen jongen, en waarlijk voel ik mij nog zoo jong en zulk een kind nog, alsof ik eigenlijk alleen zoo vroeg ben opgestaan, om mijn meester te verrassen met het schrijven van de eerste letter van mijn naam, echter ook weer zoo oud toch, of ik Ovidius, Virgilius en nog een heeleboel andere zangers, die over de liefde gedicht hebben, met commentaren en al bestudeerd heb, en ze uit het hoofd heb geleerd.

Madeleen wringt zich het haar uit, en dan ijlt ze heen, geruischloos op haar zachte zolen, niet anders dan een gedachte dit doen kan, die plotseling op den drempel staat, een weerschijn van den hemel met zich meebrengt, en een oogenbhk daarna is verdwenen, blind zelf en onbewust van haar boodschap. Langzaam volg ik haar.

Na het morgenmaal zoeken wij elkander, en wij vhjen ons neer op dezelfde plek, waar zij zooeven in het reinigende nat is gestegen, en zoo vol ben ik van rijkdom en onuitsprekehjkheden, dat ik haar vertel van de kemels, die aan het door zijn venster uitturende kind zijn verschenen en het de schatten uit de landeri van de onbestaanbaarheid mee hebben gebracht; en hoe het voortaan alles, wat hem werd gegeven, heeft gemeten naar de waarde van die overzeesche heerlijkheid.

140

Sluiten