Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIGSTE HOOFDSTUK

Bladen waarin licht en donker op verbluffende wijze wisselen.

„Nacht noch dag laat mij met rust, Dat mijn vriend mij heeft gekust.

Uit den stillen, zoeten slaap Schrik ik wakker om dien knaap."

Dit is een van de hedjes, die de clarinet, de gitaar en de zangstem ingestudeerd hebben, en wie het zingt is Madeleen.

Telkens komt het jubileeren naderbij of verwijdert het zich weder, juist zooals je een bij hoort zoemen over een boekweitveld.

Ik sta op een plaats, waar de beek rustiger murmelt, en een blanke berk tezamen met een jongen, sterken beuk in het water zich spiegelen.

Als de tonen weer helderder aanzwellen, zet ik mijn beide handen voor den mond, en „Madeleen!" roep ik. Even wacht ik af, en als het dan stil blijft, herhaal ik mijn roep. Nu zie ik haar naderen, langzaam onder de hcht- en schaduwbanen van het door de morgenzon beschenen groen.

Hoe simpel is zij aangedaan met haar groven rok

144

Sluiten