Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN-EN-DERTIGSTE HOOFDSTUK

Bevat niets dan bespiegelingen.

Weer heel in de vroegte was ik naar buiten geloopen, omdat het gloeiende kolenbed van herinnerde kussen, waarop je geschroeid wordt als de heilige Laurentius van Floreuse op zijn rooster, een slechte peluw blijkt.

Bij het opstaan had ik met verwondering den stroozak naast den mijne verlaten gevonden, en toen ik dan ook een paar schreden gedaan had in den koelen kruidigen Septembermorgen, zag ik Valentijn op mij toestappen, juist zooals hij mij op dien eersten Zondagochtend tegen was gekomen, den bundel gepakt, de gitaar aan een riem hangend, reisvaardig.

„Ja," zei hij „ik zal je een poosje alleen moeten laten. Daar heb je mijn moeder, die ik toch onmogelijk in dat vheringhok kan weg laten kwijnen, zonder dat ik probeer haar te helpen. Daar heb je dien schutter, in wien een vroeger bestaan jou op de hielen zit. Want al heb je nu je mosgroenen rok uitgetrokken, daar is het laatste woord niet mee gezegd. Ik moet uit zien te vinden, waar hij zijn hoofdpijn uit ligt te slapen; ook de gangen van de overige vervolgers moeten worden nagespeurd, en bovendien moet er

149

Sluiten