Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichte, bliksemend vlugge wapen van mijn tegenstander.

Wij groetten elkaar met de blinkende lemmeten, en kruisten het staal.

De zon scheen; een bende spreeuwen was naar de toppen van de boomen opgevlogen, en ik had onder hun bevederde hersenpan de gedachten wel willen lezen, die zij tusschen hemel en aarde neerzonden naar de vermakelijke danspassen van een soort vogelverschrikker, wien de verfomfaaide plunje in lappen om het hchaam bengelde, en van zijn partner van wien de pruik in de lucht wipte.

Woedend werd ik aangevallen. Wel merkte ik spoedig, dat ik me zijn meerdere in de schermkunst mocht noemen, maar aan zijn kant was het voordeel, dat hij om een inzet van velden en vruchten, de reeks der seizoenen, van kussen en titels, van vreugde, wijn en rijkdom vocht, terwijl mij de herinnering aan de beleediging, die ik Madeleen had aangedaan, verlamde, en ik gereedehjk bereid was, om er met mijn leven boete voor te doen.

De klingen zochten elkander, kletterden, vonkten. Twee heftige stooten, die op een duim na doodehjk waren geweest, pareerde ik mat en met moeite; een paar maal gleed ik uit op het vochtige grasveld, waarvan de bloemen en halmen bedenkelijk veel leken op een deken, waardoor ik straks zou worden toegedekt.

166

Sluiten