Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie keer een kogel om de ooren doen fluiten, en waarom heeft hij mijn hond doodgeschoten, en mij zooeven een el of wat staal tusschen de ribben probeeren te schuiven?"

„Natuurlijk daarom," lachte mijn vader boosaardig, „omdat bij ontstentenis van Claude, mijn eenig geborene, niemand anders dan deze mijnheer Victor mijn wettige erfgenaam is."

In een paar korte, met vloeken en dreigementen gepeperde zinnen vernam ik het gansche verband. Mijn oom, mijns vaders broeder, jaren geleden, om een of andere duistere geschiedenis uitgeweken naar de Nederlanden, zijn dood kort geleden, den terugkeer van zijn zoon, diens bezoek aan het kasteel van Lingendres, waarna hij met een groet en een opdracht naar mij was gestuurd.

„Mijnheer de Pomponne, je zakboek."

Over den hals van zijn paard buigend, reikte hij het mijn vader toe. Die vouwde het op de knie uit, en krabbelde er met zijn schrijfstift haastig een paar regels op.

„Victor de Lingendres voor altijd geschrapt uit mijn laatste beschikking," las hij luid.

Eerbiedig borg de intendant het dokument in het omhulsel van wasdoek, dat ik maar al te goed kende, en tegehjk keerde mijn vader zich driftig naar den onterfden bloedverwant.

169

Sluiten