Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te mogen zitten, moedernaakt zooals Adam en Eva gewoon waren."

„Oho," lachte een meisje, gebruind en den schoot vol druiventrossen.

„Met een mantel aan van zonnestralen, bedoel ik natuuriijk," verbeterde zedig de speelman, en er werd gejuicht en geschaterd.

„Wil je die beek hier zien stroomen, niet van den berg slechts, maar uit hemelsche handen, wil je den wijnstok, behalve uit een karige aarde, ook nog op zien wassen uit het bloed van God, eigenlijk kun je daar het tuinhek wel voor'doorgaan, dat je eiken dag, knorrig en moe van je ploeteren, opent; er is maar één enkele schrede terzijde, één bizondere voetstap voor noodig."

„Maar hoe zet ik dien dan?" vroeg ernstig een grijze, krom gegroeide landman, die vol aandacht opzag,' of hij in een kerkbank was gezeten.

„Hij moet je geleerd worden," verklaarde gewichtig mijn welbespraakte muzikant. „Het is het beste dat je ter school gaat bij hém hier," en hij streelde den jongen op zijn arm over het korenblond haar, „als iemand den weg weet, is hij het; regelrecht komt bij er vandaan, in een boom was hij geklommen, tuurde uit naar de Gihon en de Hiddékel, en had plezier over het spel van den leeuw en het lam aan zijn voeten."

181

Sluiten