Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIGSTE HOOFDSTUK

Over het reizen tusschen twee vleugelen.

Avond, de maan een honingraat en de sterren een zwerm bijen. Ik weet het niet, waarom wij tezamen met moeite een heuvel opzwoegen, maar vast staat, we doén het. Arm aan arm, om elkanders onzekere schreden te ondersteunen, klimmen we omhoog achter een vierbeenige schaduw met twee gesticulerende armen en een uitwas aan den hnkerkant.

„Valentijn," zeg ik, terwijl ik over een kiezelsteen struikel, ik voel me zoo hcht te moede, of ik dadelijk in een drop van den melkweg zal veranderen. Niets is gemakkelijker dan om van gedaante te verwisselen. Gisteren was ik een vogelnest."

„Geluk er mee," zegt mijn makker, me tevreden op den schouder kloppend, „ook mijn bult voelt aan als de dekschilden van een goudhaantje, straks komt een paar vleugels te voorschijn."

We hebben den top van den heuvel bereikt, en het feestelijk gezang van de oogsters klinkt ver weg en vager.

„Daar trekken de vogels," wijst mij Valentijn, en werkelijk zie ik die pelgrims der sferen langs de lichte

183

Sluiten