Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE-EN-VEERTIGSTE HOOFDSTUK

Waarin de zon schijnt op een bebloemde deken.

De kleine herbergkamer, en een baan van de zon die dwars over mijn bebloemde beddedeken valt en mijn schoot vol stort met de stralende kleurigheden van een vervuld kinderverlangen. Recht kijk ik in het openstaande venstertje, dat een stuk blauw van den hemel in een lijst zet; een losgeraakte wingerdtak, purper, wuift telkens op een windzucht te voorschijn, een duif is op het kozijn nedergestreken, en vertrouwt mij lorrend zijn behagen in den milden herfstdag toe.

In de vroegte zijn we hier al aangeland, en nadat we ons morgenmaal gebruikt hadden, is de waard, een vriend van Valentijn zooals alle schenkers van wijn en van vreugde in den omtrek, met zijn vrouw en een half dozijn jolige kleuters om ons heen komen zitten.

Valentijn begon dadelijk zijn gitaar te stemmen en ik haalde mijn clarinet uit mijn jaszak. Terwijl een jongetje, alleen in zijn hemd maar, de ellebogen op mijn knieën, den mond half open, mij met zijn glanzende oogen in het gezicht zag, vingen wij aan.

195

Sluiten