Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, welk een god de muziek is. Alles wat me gedrukt en bezeerd had, werd tot mortel vergruizeld, en boven op dien bouwval trokken de cadansen en de tremulanten een vernieuwde wereld op, waar op iederen boomtak een vogel zat te zingen, van iederen toren een vlag wapperde, en alle gevels met guirlanden van rozen versierd waren.

Toen we hadden geëindigd, bood de herbergier voor nóg een deuntje ons een beker morgenwijn aan; en ik die hem als vicomte de Lingendres geen bhk zou waardig gekeurd hebben, wanneer hij met zijn muts in de hand mijn orders af stond te wachten, het dunkte mij een voorrecht om met een paar tonen een dronk te verdienen.

Onder het bewonderende turen van het knaapje bhes ik weer mijn wangen op, en het de oogen boven het koerende hout uitpuilen.

En hier hg ik dan nu op den slaap te wachten, maar om midden op den dag met mijn wang op een kussen te rusten, komt mij even vreemd voor, als om bij nacht langs de landen te dwalen.

Madeleen, Madeleen, zoo gonst het door mijn gedachten, gelijk die klokken moeten geluid hebhen in dat oude stadje waarvan Valentijn mij verteld heeft. Ik geloof, dat ik het nu beter begrijp wat hij met zijn geschiedenis bedoeld heeft. Ook mijn hefste heeft altijd geleefd en is telkens gestorven en zal in eeuwigheid bestaan.

196

Sluiten