Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nevenkamer. Nu wist ik, dat het pater Nicol's moeder was, die daar heur wiel deed wentelen, en, oeroude bewind voerster, ons het wijsje van haar onverstoorbare roerigheid toesnorde.

Nog kreeg ik geen gelegenheid, om mijn verzoek aan het daghcht te brengen, want de priester rees zuchtende op van zijn zetel, om mij zijn bibhotheek, die rond ons, van den vloer tot de zolderbalken, in breede rijen was tezaam geschaard, met den trots des bezitters te toonen. En het werd mij te moede, of ik opnieuw door een tuin wandelde, bloemen brak, en gulden raten uit de korven tilde.

„Ge zult me in stilte," ghmlachte de pater, ,,wel bij een diefachtige raaf vergehjken, die zijn nest tot een voorraadschuur gemaakt heeft van oude knoopen en zilveren lepels, maar zijn we niet allen bezwaard met de luimen en lusten der dieren?"

Boek na boek gaf hij mij in de hand. Hij begon met de kerkvaders, niet te torsen fohanten: Augustinus de Godsstaat, Over den heiligen Geest van Basilius den Grooten, Ambrosius' Exameron, Chrysosthemus' Commentaren, Hieronimus' Homihèn, de brieven van Ignatius van Antiochië, die hij aan zijn vrienden richtte, op weg zijnd naar zijn martelaarschap; het Leven van de zahgé Matrina, door haar broeder Gregorius van Nyssa beschreven, Laktantius, Hilarius, Eusebius. Dan haalde hij een deel of wat, bestoft en

227

Sluiten