Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreugde over slechts een enkel langs mij lichtend woord. Dit was een nieuw soort verheuging, en het gaf mij den voorsmaak van wat eens mijn hefste lust zou wezen.

„Maar luister nu toch," riep mijn gastheer geestdriftig, en nadat hij zijn hoornen bril had opgezet, reciteerde hij uit Amyot's herdersverhaal, dat hij in de hand had gehouden, terwijl hij met de punt van zijn pijpesteel de regels bijwees:

„Amor is een god, mijn kinderen. Hij is jong, mooi en heeft vleugelen, waarom hij in de jeugd behagen schept, de schoonheid opzoekt, en de harten steelt, meer macht dan Jupiter bezittende. Koning is hij over de elementen en de gesternten, heeft het bestier over de wereld, en leidt de andere goden, als gij, o herders, Uw geiten en Uw lammeren met Uw staf regeert."

Haastig viel ik hem in de rede, vol warmte mijn bijval betuigend: „Als de Liefde dan zóó is," riep ik in den stijl blijvend van die pastorale regelen, „dan moet ik U in Zijn naam een gunst vragen."

„Spreek," zei hij gelaten, zich in zijn krakende stoel neervleiend, de handen over zijn op en neer ademenden buik vouwend, de dubbele kin in de borst drukkend, en met de oogen gesloten.

Ik vertelde hem alles; te beginnen met het huwelijk met Mathüde d'Almonde, een rijke erfgename, die ik zelfs niet eenmaal ontmoet had, en waartoe mijn vader mij dwingen wilde.

229

Sluiten