Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dierlijkheid van het lichtlooze wezen; natuurkrachten, bedwongen ten slotte, geketend, wrokkend over hun machteloosheid. Ze werden gevolgd door een joelende menigte, kinderen, landvolk en leegloopers, die spotliederen zong, en ze ijverig galg en rad voorspelde.

Toen ze bij een bocht van den weg waren verdwenen, doken wij te voorschijn en trachtten een paar achterblijvers uit te vragen.

Wij hoorden den boer en zijn zonen den schrik van heel den omtrek noemen, brandstichters, stroopers en afpersers, die bovendien nog een moord op hun geweten schenen te hebben.

„Dus zoo is de oplossing," zeide Valentijn, terwijl hij zich tot mij keerde, „en misschien wel een goede. Je hoort soms van menschen, die voor geen liefde zijn toegankelijk geweest en zelfs voor het crucifix van den priester blind zijn gebleven, dat ze eindehjk hun les nog geleerd hebben uit de schaduw van een naakt traliekruis, dat een verdwaalde zonnestraal op een grauwen celmuur heeft geteekend. Maar ik zal op staanden voet nu naar de hoeve gaan. Als de feestelijkheden voorbij zuUen wezen, wil misschien Catharina zich over mijn moeder ontfermen en aan haar ontkomt niemand.

Wij hepen op het dorp toe, waar hij voor een dag of wat afscheid van moest nemen. Velerlei werd nog

241

Sluiten