Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had blijkbaar in de gaten, dat we over de eigendommen van een „rijke pisang" vlogen en het kostte ons dorstige drietal nogal {wat moeite om door te zetten.

Langzamerhand werden onze kelen perkamentachtig, doch de groote kruissnelheid van de „Postduif" in aanmerking genomen, zou de beproeving niet zoo heel lang duren.

Eindelijk landden we op een der mooiste velden, die ik ooit gezien had. Groot en vlak. Blijkbaar werden wij verwacht, want er waren al dadelijk vele Europeanen. Er werd direct gezoTgd voor de noodige whiskey soda en bier, en onder de vroolijke tonen van „When old Rob Robin" op de TJltraphoon bevochtigden we onze kelen, natuurlijk zeer voorzichtig.

Er was groote belangstelling vanwege de ..Pioneer Press", waarvan de vertegenwoordigers ons uitnpodigden hun gasten te zijn. Na een vlotte bijvulling van de machine en het nakijken en invetten van de klepstelen, gingen we in optocht met onze gastheeren naar de groote Indische universiteitsstad.

Wij namen vervolgens een heerlijk bad, togen naar de Engelsche club, waar we na een ifljn dineetje tot bij halftwee gezellig bij elkaar bleven. Gedurende het diner kwam een telegram binnen van den chef van den civielen vliegdlenst uit Simla met de hartelijke gelukwenschen, dat de tocht tot zoover geslaagd was. Tevens kwamen er regelmatig weerberichten. Ik kan niet zeggen, dat deze me veel pleizier deden. Hoewel abnormaal laat, was er toch nog een staartje van den natten moesson te wachten en werd er een cycloon gemeld, die den volgenden morgen bove de Golf van Bengalen zou zijn.

Be natuur had het 'klaarblijkelijk niet al te best met ons voor. 's Nachts viel er een vette regenbui, en toen we den volgenden morgen de „Postduif" weer opzochten, was het vliegveld min of meer doorweekt. Bovendien stond er een zware ZJO.-wind, zoodat het er alles behalve rooskleurig voor ons uitzag. Onze brave „Postduif" echter scheen er zich niets van aan te trekken en startte even vroolijk als op een droog terrein. Na een half uurtje waren we nog slechts weinig opgeschoten, toen we bemerkten dat de oliedruk van den middenmotor plotseling vrij vlug terugliep. Onmiddellijk keerden we om en landden weer in Bamraoli, waar ons de golven over het vliegtuig sloegen. We reden weer naar het punt van onze eerste start en keken het olieklepje na. Er zat een vuiltje tusschen. Binnen 10 minuten waren we weer startklaar. De wind was nog meer opgestoken, zoodat er een klein stormpje stond'. Het was onmogelijk om op deze wijze Akyab te halen. We belegden toen een krijgsraad. Ik stelde voor rustig in Allahabad te blijven en dan den volgenden dag naar Akyab te gaan, daar we dan

18

Sluiten