Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd, toen ik commandant was op de Kemperheide bij Arnhem. We hebben alle herinneringen tusschen de bedrijven door opgehaald en hadden een zeer genoegelijk onderhoud. Maar reeds was er eenige malen getelefoneerd: Waar blijft Koppen? Nog eenige oogenblikken en wij begaven ons in smoking naar... ik had bijna gezegd: de slachtbank. Doch zoo erg is het niet geworden. Ons optreden voor een stampvolle zaal zal menig theaterdirecteur hebben doen watertanden. Wat het verloop van dien avond betreft, hebben de couranten reeds de meest uitgebreide verslagen gegeven. En ik kan trouwens ons eigen optreden niet recenseeren! 's Avonds heel gezellig en petit comité gedineerd en het was werkelijk een uitkomst, toen we naar bed konden gaan met het idee, dat we ditmaal geen zonsopgang behoefden te controleeren. Vóór we ons ter ruste legden sprak ik met Prijns af, dat hij den volgenden dag de „Postduif" naar Bandoeng zou brengen. De majoor Oderwald zou als passagier meegaan.

Den volgenden dag ging ik per auto met mijn broer naar Bandoeng, om op deze wijze weer eens vele oude bekende plekjes terug te zien in de prachtige Preanger. Had ik geweten, dat mijn broer een aanslag op mijn leven voorhad, dan was ik beslist per „Postduif gegaan., In het begin ging alles goed, totdat we het kruispunt naderden van den weg naar Sindarglaja. Daar kwam plotseling een andere auto aanstuiven met groote vaart en zonder signalen. Een botsing was niet te vermijden. Dat deze nog 'zoo goed afliep was onbegrijpelijk. Onze kar bleek de sterkste te zijn. Ten 'minste, wij konden verder rijden, terwijl de andere goeddeels in puin lag. Zooals gewoonlijk was er dadelijk een „geelvink" (Indische politie-agent) bij, die met een uitgestreken gezicht beweerde, dat hij ons een stopteeken had gegeven. Mijn broer kende echter die praktijken en bij nader onderzoek bleek mijnheer dé agent in een „stroopstalletje" te zijm geweest, omdat hij noga! dorstig geworden was.

Na dit intermezzo, dat ons bijna het leven kostte — en daarna aan mijn broer een andere auto met vier wielremmen! — kwamen we spoedig in Bandoeng, waar ik mijn moeder gelukkig in goede gezondheid aantrof. Ook daar kende ik weinig rust, want de telefoon stond niet stil. Bovendien kwamen er nog vele kransen en bloemstukken, o.a. een... van de VereenK ging voor Dierenbescherming! Die heeft mij te pakken gehad, want op het kaartje stond: „omdat u boo goed voor uw postduif zorgt". Zoo vlogen de dagen om — het zou niet lang duren of de „Postduif'* moest opnieuw uitvliegen: terug naar het nest!

30

Sluiten