Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebracht, waar twee doktoren hem direct onderzochten. Tot onze groote rreugde bleek de toestand niet ernstig en zou de heer Plets in een dag of drie, vier weer naar huis mogen. De beide andere heeren S t i b b e en Hart kwamen met den schrik vrij. De vleugel wees duidelijk aan waar de drie Hollanders gelegen hadden.

Ondertusschen stond onze duif er vrij „slordig" bij en werd er geconfereerd met den generaal en den chef van den Technischen Dienst, luitenant-kolonel Luang Wech, den bezitter van het bekende lidteeken, waarvan ik u vroeger al eens vertelde. Met gezond optimisme werd mij medegedeeld, dat in één dag alles zou zijn gerepareerd. Nu, wij hebben vermoedelijk een beteren kijk er op gehad, want ik telegrafeerde reeds dadelijk: „Vermoedelijk oponthoud twee dagen".

Allereerst zou een reservestijl gemaakt worden, zoodat het toestel dan ten minste in de hangar gebracht zou kunnen worden. In dien tusschentijd werd met behulp van cricks, later door middel van tillen door vele Siameezen, de vleugel gelicht en met behulp van zware palen gestut.

Op de eerste foto is duidelijk de reservepoot te zien. Deze is alleen aan de onderzijde bevestigd. Door het verder tillen van den vleugel kon de stijl rechtgezet worden en eveneens met het boveneinde bevestigd worden aan den motorbok. De tweede foto laat den stijl zien na de bevestiging. Het toestel staat nu gereed om in de hangar gebracht te worden.

Toen wij' eenmaal zoover waren, gaf ik het commando over aan Elleman, omdat nu uitsluitend gewerkt moest worden op zijn aanwijzingen. Ik verzocht den chef der werkplaatsen zich zooveel mogelijk te willen aanpassen aan de wenschen van Elleman, hem mededeelende dat deze een expert was op het gebied van de Fokker-constructie van gelaschte stalen buizen. Toen werd ik geroepen door den generaal, die mij mededeelde, dat dit ongelukje toch ook nog een goede zijde had. Ik moet vrij onnoozel gekeken hebben. Het bewijs van zijn stelling lag dan ook niet direct voor de hand. Daarom informeerde ik naar de reden van zijn optimisme. „Wel", zeide hij, „wij hebben nu ten minste het genoegen u eenige dagen tot zeer welkome gasten te mogen hebben!" Enfin, het bleken later geen holle woorden te zijn. Integendeel! We werden op alle manieren verwend. Ik nam voorloopig afscheid van den generaal en ging me zoo vlug mogelijk verkleeden. Den vorigen dag had ik n.1. kennisgemaakt met den Nederlandschen gezant, den heer Hu b e r, die ons persoonlijk was komen begroeten. Hij vroeg mij of ik den volgenden dag in Bangkok wilde komen, om nog eenige zaken te regelen, die noodig waren. Tevens wilde ik nadere inlichtingen hebben over den toestand van den heer P i e t s.

Eoo stapte ik dan in den trein, die over den afstand van 23 K.M. onge-

36

Sluiten