Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets bijzonders. We vlogen ditmaal iéts anders, omdat ik me wilde overtuigen, dat er in Kut-el-Amara een landingsterrein was. Reeds uit de verte zien we inderdaad met groote letters den naam op het veld geschreven. Dan volgen we verder den Tlgris, totdat we 10 K.M. Zuid van Bagdad het zeer groote militaire vliegterrein van Hanaidi zien liggen. Daar wij wisten, dat Bagdad-West een klein terrein was, had ik reeds Hanaidi gewaarschuwd. Bij onze landing werden we verwelkomd door Majoor Whistier, commandant der 55ste escadrille. Hij was zeer charmant en nam me dadelijk mede naar zijn bureau. Bij informatie bleek, dat de benzine en olie door de Asiatic gestuurd was naar het benzinedepot, poch daar wisten ze er niets van. Dit was nu niet zoo heel erg, want benzine was er natuurlijk altijd te krijgen. Doch met de olie was het anders. Er werd ons mineraal-olie gebracht. Dit kon natuurlijk niet en dus overlegde ik met den majoor, wat ons te doen stond. Gelukkig gebruiken de Engelschen castroil, zoodat ik eventueel een hoeveelheid kon koopen, voldoende om naar Aleppo te gaan. „Doch we gaan eerst eens persoonlijk kijken in Bagdad. Misschien komt alles nog wel geheel in orde", opperde de majoor en persoonlijk reed hij mij in een auto naar de stad van de duizend-eneen ... stank. Het moet voor een ieder, die heeft hooren vertellen van Harun-al-Raschid en Sheherazade, een verschrikkelijke ontgoocheling zijn. Weet u, hoe dikwijls de Engelsche officieren in Bagdad komen? De majoor zat reeds een tijdlang op Hanaidi en dit was... de vierde maal.

We reden naar het telegraafkantoor om eenige 'berichten te verzenden. O. a, vroeg ik in "Holland, om weerberichten te seinen naar Sofia en Belgrado. Toen het op betalen aankwam, had ik slechts ponden. En hiermede kon ik niets beginnen. De majoor had geen geld genoeg bij zich, doch plotseling riep hij me toe: ,,Wacht even" en verdween. Toen hij' weer terug kwam, betaalde hij de telegrammen. Op mijn vraag, hoe hij ineens aan al dat geld kwam, zeide hij, dat hij het leven geleend had in een officiersclub. Daarna gingen we naar den hoofdvertegenwoordiger van de Shell, om over de benzine-regteling te praten. Na lang delibereeren verdwenen de heeren en lieten ons met de whiskyflesch alleen. Na een half uurtje kwamen ze terug met de mededeeling, dat ik de rest van den stock van Sir Alan Cobham kon krijgen. Zoo was ik dus weer geholpen. Er werd afgesproken, dat 's avonds om 9 uur de benzine gehaald zou worden en den volgenden morgen de machine bijgevuld. Toen weer vlug terug naar Hanaidi om te baden en te verkleeden, waarna we aan tafel zouden gaan. We namen eerst nog een kijkje in den hangar, waar ik mijn valies uit het toestel nam, en tevens constateerde, dat de Ultraphoon ook verdwenen was. ,,0", aei de majoor, „die hebben uw kameraden meegenomen naar de onder-

4

51

Sluiten