Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATIONALISME

43

neesche of andere voorschotgevers, die hem de vruchten van zijn arbeid grootendeels onttrekken. De Javaansche boer is bijna zonder uitzondering voortdurend in schuld. Eigen verkoop van zijn product kent hij nagenoeg met. De Chineesche opkooper, in den regel voorschotgever tevens, neemt hem zijn oogst af.

De geheele tusschenhandel is, vooral op Java, in handen van de Chineesche bevolking. De groothandel gaat nog meer buiten den inlander om. Voor een deel wordt ook deze gedreven door Chineesche kooplieden en voor het overige is hij in handen van Europeesche handelshuizen. Met den handel in geïmporteerde goederen, die voor inheemsch gebruik of verbruik bestemd zijn, is het niet anders gesteld.

Enkele onder de wegens hun geringe getalsterkte minder beteekenende volken in de buitengewesten bezitten wel iets meer handelsgeest; doch bij de autochthone bevolking van Java ontbreekt die geheel. De Javaan als handelaar brengt het niet verder dan tot eigenaar van een warong, het wandelende winkeltje, waarin hij, voor zoover hij er eetwaar verkoopt, daaraan tevens een hoogst eenvoudige bereiding doet ondergaan.

Op dat van de industrie is het al evenzoo ge-

Sluiten