Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

§ 4- De Grieksche Beschaving.

De cultuur der Grieken heeft tusschen 600 en 400 een buitengewone hoogte bereikt.

Vóór 700 kenden de Grieken nog slechts houten tempelgebouwen. In Ionië het eerst is men steen en marmer als materiaal gaan gebruiken. Drie stijlvormen hebben zich langzamerhand in de architectuur ontwikkeld: de Ionische, de Dorische, 't laatst de Corinthische. Zij hebben elk hun kenmerkende eigenschap-

A. Dorische B. Jonische C. Corinthische

zuil. zuil. zuil.

pen: de Dorische zuil heeft geen voetstuk, een sober kapiteel, is stoer en gedrongen; de Ionische heeft wel een voetstuk, een versierd kapiteel, is slank en licht; de Corinthische is nog ranker en rijker versierd. In de vijfde eeuw bereikte de bouwkunst haar toppunt, toen P h i d i a s het Parthenon voltooide. De meest beroemde der Dorische tempels was die van Apollo te Delphi.

Ionië is ook het land geweest, waar de beeldhouwkunst haar eerste resultaten bereikte. De belangstelling der Pisistratiden bracht haar te Athene in eere. Phidias, de vriend van Péricles, is de grootste der Grieksche beeldhouwers. Zijn Z e u s-b e e 1 d in den tempel van Olympia, was wereldberoemd. Onder zijn leiding is ook de versiering van het Parthenon uitgevoerd.

Sluiten