Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

De wetgevende macht berust bij de volksvergadering. Geen regeeringsbesluit hëeft'fcracht van wet, als deze er haar goedkeuring niet aan gehecht heeft. Ook de verkiezing van de consuls en de meeste ambtenaren geschiedt door het vergaderde volk, dat mede beslist over oorlog, vrede, verdragen.

Het staatsbeleid was toevertrouwd aan den senaat. Hij voert de buitenlandsche politiek en regelt het financieel beheer. De besluiten van de volksvergadering zijn aan zijn goedkeuring onderworpen. Hij heeft de bevoegdheid van controle over de ambtenaren.

Patriciërs en Plebejer*. Het is duidelijk, dat er voor de plebejers in zoo'n aristocratische staatsinrichting bitter weinig invloed op de regeering restte. Wat beduidde eigenlijk hun stem in de volksvergadering? Op den duur verdroegen zij de overheersching der patriciërs niet. Men stelle zich niet voor, dat de plebejers arme menschen waren, integendeel, in maatschappelijken welstand deden velen hunner voor hun andere medeburgers niet onder, wel in stand en burgerrechten. Naarmate nu het grondbezit en de welvaart der plebejers toenemen, wordt bij hen het verlangen levendiger om ook zeggenschap te verkrijgen in de staatsaangelegenheden.

Volkstribunen. In 466 werden de volkstribunen aangesteld. Zij moesten plebejers zijn, hadden het recht van veto, waardoor zij elk besluit van consuls, senaat of volksvergadering onmogelijk konden maken, en waren onschendbaar. Hun taak was de bescherming van de belangen der plebejers.

De 12 tafelen. Met medewerking van de volkstribunen kwam omstreeks 450 de eerste geschreven wetgeving der „tienmannen", de wetten der twaalf tafelen, tot stand. Zij vormt den grondslag van het Romeinsch recht.

Waarom heeft de patricische regeering zulke gewichtige concessies gedaan aan de plebejers? Rome was nog slechts een kleine mogendheid, die in oorlogstijd moest kunnen rekenen op de hechte organisatie van alle weerbare mannen in een sterk leger. De senaat had de trouw der plebejers noodig en wilde heftigen burgerkrijg vermijden door goedoverlegd beleid.

De Magistratuur. Naarmate de staat zich uitbreidde, werd het bestuur ingewikkelder, de weinige ambtenaren konden al het werk niet meer af. Men begon daarom quaestoren aan te stellen, rijksbetaalmeesters, terw^liaan den censor, 443, 'werd opgedragen de vaststelling van den census, den grondslag voor de in-

Sluiten