Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

deeling der burgerij in klassen en voor den dienst in het leger. Zulks geschiedde om de taak der consuls te verlichten, tegelijkertijd werd hun macht er door besnoeid.

Maar de patriciërs hadden nog een andere bedoeling met de uitbreiding van de magistratuur. Al de ambten waren oorspronkelijk in hun handen geweest, behalve de plebejische. De plebejers echter rustten niet, voordat hun algeheele gelijkstelling met de patriciërs .was ten deel gevallen. Men moest hun in 366 den toegang tot het consulaat openstellen. Om nu zooveel mogelijk van de consulaire macht voor hun stand te behouden, beperkten de patriciërs de bevoegdheden van het consulaat nog meer door het ambt van p r a et o r in het leven te roepen. Op dezen magistraat ging de rechtspraak over. Hij moest aanvankelijk, evenals de censor, patriciër zijn.

Omstreeks 312 zijn de bevoegdheden van den censor aanmerkelijk uitgebreid. Hem werd de macht verleend onwaardigen buiten den senaat te sluiten.

Op den duur konden de patriciërs hun standsvoorrechten echter niet handhaven. Vóór 300 moesten zij de plebejers in de verschillende regeeringsambten toelaten. Toch bleef Rome een aristocratische republkfc» want de senaat hield de leiding van het bestuur in handen en daar hadden de oud-magi$tiaten, mannen van groote ervaring en gezag, den meesten invloed.

§ 5. De Verovering van Italië door de Romeinen.

Latium en Veii. De voorzichtige meegaandheid der patra»»» tegenover de plebejers in den loop van de vijfde eeuw is voor een groot gedeelte ook te verklaren uit de moeilijke tijden, die Rome toen doormaakte. De Romeinen wilden, na het herstel van hun onafhankelijkheid, Latium onderwerpen. Omtrent de daaruit volgende oorlogen is ons weinig bekend, maar de uitslag werd, dat de Latijnen de opperste leiding der Romeinen moesten aanvaarden.

Een gunstige omstandigheid svas de langzaam toenemende achteruitgang van het eenmaal machtige Etrurië. De voornaamste oorzaak daarvan is geweest de ondermijning van het volk door een rampzalig zedelijk verval. Da bevolking in de rijke Etrurische steden leefde in overvloed, de eenheid van het rijk ging verloren door steeds jheï*

Sluiten