Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK,

HET ROMEINSCHE KEIZERRIJK.

§ i. Het tijdvak der Julisch-CIaudische keizers 27 v. Chr.—68 na Chr.

Augustus regeerde als keizer van 27 v. Chr. tot 14 na Chr. Zijn binnenlandsch bestuur was voortreffelijk. Voor het eerst sedert jaren heerschte er weer orde en welvaart in het Romeinsche Rijk. Aangezien het een oud voorrecht was van Rome, dat er geen garnizoen mocht liggen, richtte Augustus ter verzekering van zijn persoon een lijfwacht op van 9000 man, aan wier hoofd hij den praefectus praetorio stelde, den voornaamsten van alle keizerlijke ambtenaren. De Romeinsche stedelijke politie werd beter ingericht en kwam onder leiding van den sta dsprefect. De weerkracht van het rijk is vastgelegd in een staand leger van 300.000 man, terwijl Misénum en Ravenna zijn uitgerust als oorlogshavens voor de vloot.

In de buitenlandsche politiek verliet Augustus de veroverende staatkunde van de Republiek. En toch heeft wel geen keizer zoo veel oorlogen gevoerd. Zijn beginsel was: geen veroveringsoorlogen, waar noodig verdedigingsoorlogen ter beveiliging en afronding van de grenzen. De voormalige senatoriale regeering had deze onmisbare voltooiing van het Rijk te veel verwaarloosd tengevolge van den voortdurenden partijstrijd, zoodat er voor Augustus heel wat viel in te halen.

1. De Sahara wordt de zuidgrens door de onderwerping van Numidië en Mauretanië.

2. In het oosten wordt de grens vastgesteld langs de ArabischSyrische woestijn, den Euphraat en het hooggebergte van Armenië.

3. Na een moorddadigen veldtocht is het noord-westen van Spanje veroverd op de Asturiërs en Cantabriërs.

4. In Gallië is Agrippa stadhouder. Hij moet er de romani-

Sluiten