Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

heid vreemd. De religie ging bij de heidensche volkeren in den Staat op en bleef aan hem onderworpen.

Kende de Oudheid uitsluitend nationale goden met den daarbij behoorenden eeredienst, het Christendom bracht aan de mensch» heid het universeel Godsbegrip, den godsdienst en de zedeleer voor alle volkeren en alle tijden.

Petrus en Paulus. Juist het begrijpen.van dit algemeen karakter van het Christendom* is vergemakkelijkt door het algemeen karakter van het Romeinsch keizerrijk, al hebben de heidenen uit den tijd van Augustus dit zelf niet kunnen vermoeden. De Kerk begon weldra ook aan de verovering der wereld,1) maar met geheel andere middelen, dan de Romeinen. Vooral de H. Petrus en de H. Paulus verbreidden de leer van Christus over Klein-Azië, Griekenland, Italië. De drie groote missiereizen van den Apostel Paulus strekken zich telkens verder naar het Westen uit. Petrus vestigde zijn pauselijke residentie te Rome. De staatkundige en maatschappelijke verhoudingen begunstigden het steeds verder doordringen van het Christendom. Vrede heerschte overal in het groote rijk, dat de beschaafde wereld omvatte. Het Grieksch was de algemeen bekende wereldtaal, het verkeer goed geregeld en gemakkehjlubsj

Vervolgingen. Daartegenover kon de botsing' tusschen de beginselen van het jonge Christendom met die van de afgefélgftl& heidensche OudhëS4;'niet uitblijven. Het eeuwenoud polythëlsnïfe liet zich niet straffeloos terugdringen uit de eerste plaats. Allerlei oostersche goden gaf het een zetel in zijn Pantheon, Isis en Mithra bijv., maar het Christendom duldde het niet. Dit teekende protest aan tegen de vereering der goden, de heerschende onzedelijkheid, de slavernij en leerde de gelijkheid van alle menschen voor God» Het kantte zich tegen den eeredienst^ waarvan de Romeinsche keizers: het voorwerp gemaakt werden.

Aanvankelijk had men niet veel aandacht aan de christenen geschonken, totdat tijdens de regeering van Nero de eerste vervolging uitbrak. Op hem drukt de verdenking den geweldigen brand van Rome in 64 veroorzaakt te hebben, waarbij de openbare meening, opzettelijk misleid, de schuld wierp op de

1) Zie hierover uitvoeriger: Godefroid Kurth, De Kerk van Christus bij de Keerpunten der Geschiedenis, hfdst. I. (Sittard, 1902).

Sluiten