Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

127

heid van den keizer van beslissend belang, deze ontbrak te dikwijls. In het noorden worden de provincies van het rijk voortdurend verontrust door de Boelgaren en Avaren, terwijl de Germaansche Langobarden zich in 568 meester maken van het noorden van Italië. Na 600 ongeveer mist Byzantium de kracht om zich nog verder met het Westen te bemoeien, dit wordt aan zijn lot overgelaten.

Erger nog waren de aanvallen van de Nieuw-Perzen. In 609 staat hun leger zelfs voor Constantinopel. Toen brak er een geweldige revolutie uit tegen den onbeduidenden keizer. Herüclius, de stadhouder van Carthago, wordt met de vloot te hulp geroepen door de verbitterde bevolking. Hij zond zijn zoon en naamgenoot naar den Bósporus, deze slaagt er in den vijand op een afstand te houden en aanvaardt de regeering in de plaats van zijn vermoorden voorganger.

Keizer Heraclius, 610—641, herstelde daarna in een moeilijken oorlog den Byzantijnschen staat. Klein-Azië, Syrië, Palestina werden achtereenvolgens heroverd, de zegevierende Grieken drongen omstreeks 630 diep in het rijk der Perzen door, Byzantium was weer de eerste mogendheid in het Oosten.

Maar in 632 stond het leger der Arabieren klaar ten aanval. Overwinnaar en overwonnene waren beiden uitgeput. Een verovering in stormtempo! 635 Damascus veroverd. 636 Antiochië bezwijkt. 638 Jeruzalem valt. 640 Mesopotamië wordt bezet. 642 Alexandrië en Egypte gaan verloren. Nooit zijn deze landen weer voor de christenheid herwonnen, tenzij gedeeltelijk een korten tijd gedurende de kruistochten. Byzantium sloot vrede en liet de Arabierenhun veroveringen. Nieuw-Perzië is in de crisis bezweken. 637 Ctésifon, de hoofdstad, wordt ingenomen; 642, de hoogvlakte van Iran, de laatste schuilplaats der Perzen, is veroverd. Het rijk der Arabieren strekte zich uit van den Indus en de Amoe-Darja tot Klein-Azië en de Libysche woestijn.

Binnen tien jaar was het drama afgespeeld. Damascus werd na 600 de schitterende hoofdstad der Oma j jaden. Van dien SJcTdagteekenen de twee groote partijen, die thans nog onder de belijders van den Islam bestaan: de Alieten (Sjiieten) en de Soennieten. De eersten hielden zich uitsluitend aan den tekst van den Koran. De Soennieten verklaarden den Koran in verband met de S o e n n a d.w.z. de mondelinge

Sluiten