Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136

waardigheid af en verdeelde het rijk in gouwen, door graven in des keizers naam bestuurd, stelde zendgraven aan, om over de gouwen de noodige controle uit te oefenen en markgraven voor de grensgewesten. Minstens eenmaal 's jaars, werden rijksdagen (Meivelden) bijeengeroepen, waarop de voornaamste geestelijke en wereldlijke rijksgrooten verschenen en advies uitbrachten omtrent de voorstellen des keizers. De Capitularia (verordeningen) daar uitgevaardigd, werden opgeteekend en hadden kracht van wet. Het keizerlijk hof was de verzamelplaats van beroemde geleerden o.a. Paulus Diaco n u s, A1 c u i n en Kareis levensbeschrijver Eg in hard. Hij zelf sprak zeer vloeiend Latijn en verstond het Grieksch. Op meerdere plaatsen richtte hij bisdommen, kloosters en scholen op.

Beroemd'is de hofschool (schola Palatïna) van Karei den Grooten. A1 c u i n was er de leider. De keizer zelf volgde er de lessen, zijn kinderen ontvingen er onderricht, een rij van hovelingen voegde zich bij de belangstellenden» Uit de hofschool ontwikkelde zich een academische kring, een voorlooper van de latere universiteiten. Geleerde geestelijken, de bekwaamste mannen van hun tijd, behandelden er in tegenwoordigheid van Karei de vraagstukken van den dag. Uit het wetenschappelijk verkeer ontstond van zelf ook persoonlijke vertrouwelijkheid. De leden kregen toepasselijke namen, Alcuin heette naar zijn lievelingsdichter Horatius Flaccus, de keizer David vanwege zijn voorliefde voor de psalmen. De Werken van Cicero en Vergilius stónden in dit middelpunt van de Karolingische Renaissance in hooge eere. Het was een ideaal van Karei den Grooten in de verschillende gewesten van zijn rijk scholen te stichten en daardoor het beschavingspeil der bevolking te verhoogen. Zijn Capitularia/ en brieven zijn, vol van zijn zorg voor het onderwijs. De belangrijkste scholen uit dén Karolingischen tijd waren die te Tours en Pavia.

Karei woonde gaarne te Ingelheim aan den Rijn en te Aken, waar hij evenals te Nijmegen keizerlijke „Paltsen" (palatia) gesticht had» Hij stierf in 814 en werd in den door hem gebouwden dom te Aken begraven. Zijn herinnering leeft nog voort in tal van sagen, o.a. de vier Heemskinderen, Karei en Elegast, het Roelandslied.

Sluiten