Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I4I

kwam het echter reeds voor dat de zoon zijn vader opvolgde in het bewind over een graafschap. Wel ontsloeg de keizer menigen graaf, die zijn verplichtingen niet nakwam (felonie bedreef), en handhaafde hij op die wijze het hoogste gezag over hen allen; maar zijn opvolgers bezaten zijn geestkracht en heerscherstalent niet en lieten de graven te veel begaan.

Groot was de bevoegdheid van den g ou w g r a a f. Als koninklijk ambtenaar oefende hij in zijn gouw de soevereine rechten tik namens den landsheer. Zijn werkkring omvatte de volgende takken van bestuur:

iste de leiding van de rechtspraak; 2de het beheer der belastingen; 3de het commando over het legercontingent, den heerban; 4de de zorg voor de algemeene welvaart, orde, en veiligheid; 5de de uitvoering der rijkscapitularia en koninklijke verordeningen.

De gouwgraaf als ambtenaar was dus een zeer aanzienlijke persoonlijkheid door zijn positie als adellijk leenman en door zijn uitgebreide bestuursbevoegdheden. Alleen de koning was zijn onmiddellijke chef. Deze machtige ambtenaren zullen zich weldra opwerken tot machtige vorsten.

Dat Karei de Groote bezorgd was voor de groote macht dier graven, en de misbruiken, die er het gevolg van waren, wilde tegengaan, blijkt hieruit, dat hij aan de bisschoppen, de beste steunpilaren van zijn gezag, de controle van het grafelijk bestuur opdroeg en z end graven (missi dominici) aanstelde als inspecteurs, die van de graven rekening en verantwoording moesten vorderen. Alleen op die gestrenge wijze kon de eenheid vatt het rijk worden gehandhaafd. Maar Karei vermocht niet den stroom te keeren, die de maatschappij der Franken langzaam voerde in de ellende eener algehéele versnippering, temeer daar hij de rijksgrooten volstrekt noodig had om het groote, maar innerlijk zoo ongelijksoortig rijk te besturen. Wat bovendien aan de macht der Karolingen veel afbreuk deed, dat waren de immuniteiten.

Immuniteit was de vrijdom van krijgsdienst, belasting en andere verpachtingen. Dit recht bracht tevens mee, dat aan de ambtenaren van den vorst alle gezag, zelfs de rechtspraak over het immuniteitsland was ontzegd, zoodat ieder eigenaar op zijn eigen goederen het hooge en lage gerecht uitoefende. Hij werd daardoor soeverein en rechter op zijn gebied.

Ook niaatschappehjk werkte de overheersching van het groot-

Sluiten