Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

,2ich heen greep, waren de volgendesbi. Hefci^terk van Karekdeè f^r^aMm.'aittt^api siik nog niebitMgroeiiivtQt een staatkundignationale eenheid. 2. De invallen der Noormannen. 3. De eindelooze ïam^eiwist««JOvex de verdeeliag: onder de Karolingen. 4. Het leenstelsek

Een groote versplintering van Europa is het gevolg gewofdèh van het keöstelselci Deigouwgraven vfcrden op den duur aanzienlijke persoonlijkheden, die zicht wisten op te werkehivtot werkelijke-sne»vereinen»Alleen hetkoningschap^ctte^nwoardigde de eenheidngan deh staaQrimaar de opvolgers van Karei den Goooten deden zich te «ehngtgeldemablÜBeB en meester.,'y»orkb^ leenen meer en

meer erfelijk werdèi, nam de onafhankelijkheid der leenmannen Sa gelijke mate toe.

De ontbinding van het Frankisdtetsijk is? snel gevolgd.op de verdeeling. Het geslacht van Lotharius I is in de rechte lijn spoedig «tgestorven; in 870, bij het verdrag van M e e r se ri, werd Midden-nFrancie tusschen Oost- eb WestriBwnc^verdeeldülKarel de Kale kreeg het Romaansch, Lodewijk: de Duitscher het Germaansch gedeelte. Van Midden-Francic hebben zich Lotharingen, Opper- en Neder-Boergondië en Italië losgemaakt. Uit het Frankisch rijk t»jn ten slotte de twee groote Europeesche staten op het vasteland ontstaan: F r a n k r ij k en het Duitsche R ij k.

Maar in welken toestand kwamen zij uit de algemeene verwarring te voorschijn! Eerst waren de verschillende Frankische koningen er in geslaagd het universeel keizerschap door hun onderlinge veeten te vernietigen. Dat pleit was reeds beslist bij het verdrag van Verdun, 843. Daarna wist het feodalisme op zijn beurt hetgecentraliseerdkoningschapte doen verdwijnen.

In 911 stierf in Oost-Francië de laatste Karobngische koning. Er waren nog wel Karolingen, maar de leenmannen verbraken de oude traditie ten bate van hun eigen macht. De staatsmacht was verdeeld geraakt over v i e r s t a m-h e r t o g e n, die de erfelijke soevereiniteit uitoefenden over de hertogdommen Saksen, Frankenland, Zwaben, Beieren. Het vijfde, lotharingen, was geen stamhertogdom, maar vormde een grensgewest tusschen Frankrijk en Duitschland in. De feodale vorsten kozen een hunner, Koenraadvan Frankenland, een verren verwant van de Karolingen, tot koning. De erfelijkheid van de koninklijke waardigheid werd dus niet geheel en al verwaarloosd. De macht van den nieuwen vorst bleef,