Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

147

zij trokken de Loire over, drongen zelfs door tot in Provence. Karei de Eenvoudige, een der laatste Karolingen in WestFrancië, wist in den onhoudbaren toestand geen anderen uitweg, dan een vergelijk. In 911 sloot hij met Rollo deze overeenkomst: hij liet den Noorman het land tusschen Bretagne en de Seine, het naar de nieuwe bezitters genoemde NormandTÈ. Rollo erkende de leenhoogheid van den Frankischen koning en aanvaardde met zijn ruw gezelschap het Christendom*^

Uitstekend hebben de Noormannen dit veroverd gebied tot een geordenden staat georganiseerd. Zij namen de hen omringende beschaving over, hun taal vervormde zich naar het Fransen, het Normandisch dialect is een der merkwaardigste van Frankrijk. Langs de kust van het Kanaal vindt men in onzen tijd nog de sporen der vreemde nederzetting: midden onder de Romaansche bevolking met het donkere type zijn de. kenmerken van het Germaansch element aan te wijzen in de mannen van rijzige gestalte, met lichtblauwe oogen en blonde haren.

De Nederlanden zijn in den loop van de tiende eeuw voor een groot deel in de macht der Noormannen geweest. De Frankische koningen gaven er hun zelfs gouwen in leen, 810—1010. Na 1010 Verschijnen zij er niet meer. Normandië trok hen meer aan, zoodat ons land aan de dreigende kolonisatie ontkwam, r jdoi

Rusland is door de Zweden gekoloniseerd. De Slaven haalden er hen binnen. Tusschen Kiev en Novgorod vestigden zij zich, bereikten zelfs de Krim, de stichting van den Russischen staat gaat op hen terug.

Het einde van de eigenlijke invallen valt omstreeks 1000. Dat is hieruit te verklaren. Een blijvend resultaat leverden de voort? durende strooptochten in verre landen nooit op. De kolonisatie van Normandië en: de vestiging in het half veroverde Groot-Brittannië deed den toestand van overbevolking in het Noorden van zelf ophouden. De Noord-Germanen leerden het Christendom kennen en daarmee gaat hun geschiedenis een geheel anderen weg op.

Kanoet. De groote katholieke koning der Noren is Kanoetde Groote, 1016—1035. Hij regeerde over Denemarken en Noorwegen, zijn heerschappij strekte zich ook uit over Engeland, waar de Angelsaksen in den wanhopigen strijd om htm onafhankelijkheid ten slotte bezweken waren. Zijn binnenlandsch bestuur was een zegen