Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

153

togen schikten ach goedschiks naar zijn gezag, alleen Lotharingen, dat zich bij Frankrijk had aangesloten om zoo des te beter zijn onafhankelijkheid te waarborgen, moest gedwongen worden tot onderwerping. Sedert is dit hertogdom voorgoed een leen van de Duitsche kroon gebleven, 925.

Strijd tegen de Hongaren. Van duurzame beteekenis tot op heden toe is Hendrik's regeering gebleven door zijn succesvollen strijd tegen de Hongaren. Wat de heidensche Noormannen tot in het 'begin der elfde eeuw waren geweest voor de westkusten der Europeesche landen, dat werden de Hongaren gedurende de tiende eeuw voor de oostgrenzen van het Duitsche Rijk. Geheel voltooid waren die grenzen nooit, hoogstens heerschte er in de Oostmark een toestand van gewapende vrede. Tot in Beieren en Saksen drongen de alles verwoestende, onbeschaafde horden door, onverwinbaar door hun onweerstaanbare ruiterij. Hendrik I volgde een zeer oorspronkelijke taktiek tegen den gevreesden vijand. Hij sloot een langdurigen wapenstilstand tegen een hooge schatting, maar benutte dien tijd van afgekochten vrede voor de vorming van een Duitsche ruiterij en den bouw van forten. Toen hervatte hij den oorlog. De belegeringskunst verstonden de wilde Hongaren niet, zij slaagden er niet in het steenen cordon van Hendrik te doorbreken. Tegenover hun benden vonden zij voortaan de goed uitgeruste rijksruiterij: in 933 leden zij een verpletterende nederlaag in den omtrek van een der forten, Merseburg. In geen twintig jaar kwamen zij terug.

De roem der overwinning kroonde de verdienstelijke regeering van Hendrik I. Het nageslacht der Middeleeuwen herdacht hem dankbaar, omdat zijn ruiters, gesteund door talrijke privilegiën, verheven tot een eigen stand, in rang volgend op den ouden feodalen adel, de grondslag zijn geweest van den Duitschen ridderstand. Het nageslacht van onzen tijd eert hem, want uit zijn forten groeiden steden als Merseburg, Quedlinburg, Meiszen en tal van andere. Naast de oud-Romeinsche steden langs Rijn en Donau, de eerste in het Germaansche Duitschland, hebben zich uit de vestingen van Hendrik I de bloeiende steden van Thuringen en Saksen later Ontwikkeld. Zijn opvolger:

Otto I de Groote, ± 950, was een groot staatsman en veldheer, eerzuchtig en doortastend. Het is als' een voorteeken van zijn roemrijke regeering geweest, dat hij te Aken, de oude residentie van Karei

Sluiten