Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

157

de machtige heerscher in het Noorden, die naar het Zuiden gegaan was, om er de beschaving Van Italië te leeren kennen en van zijn ervaringen partij te trekken voor zijn eigen volkeren. Een nauw verbond tusschen Koenraad en Kanoet was het gevolg van de kennismaking, welke voltooid werd door het huwelijk van Koenraad's zoon en opvolger Hendrik met Kunegonda, Kanoet's dochter.

In 1032 werd het koninkrijk Boergondië bij verdrag aan de Duitsche landen toegevoegd na het uitsterven van het daar regeerend vorstenhuis.

Hendrik III, ± 1040, was de machtigste der Frankische koningen. Polen en Hongarije huldigden hem als leenheer. Onder rijn bestuur bereikte het Duitsche Rijk zijn grootsten omvang gedurende de Middeleeuwen. De grenzen waren: de Rhöne, Saöne en Maas ten westen; de Oder ten oosten; de Kerkelijke Staat ten zuiden.

II. De Investituurstrijd.1)

Kerk en Staat. Niet enkel de koningen, ook de Kerk heeft een moeilijken strijd te voeren gehad tegen het feodalisme, allerwegen de oorzaak van bandeloosheid en anarchie. Vandaar de algemeene inzinking van het geestelijk leven omstreeks 950. Vooral de binnenlandsche politiek der Duitsche koningen gaf aanleiding tot het ontstaan van ernstige misbruiken. Bij de benoeming der bisschoppen werden de belangen van den godsdienst geheel verwaarloosd. De Frankische vorsten hielden alleen rekening met de vraag, wie hun een trouw en krachtig dienaar zou zijn. Abdijen en bisdommen werden verkocht aan de meestbiedenden om met de opbrengst de schatkist te versterken. De Duitsche koningen matigden zich zelfs het recht aan om de Pausen te benoemen en gedurende een eeuw, tusschen ongeveer 950 en 1050, kon geen Paus den H. Stoel in bezit nemen zonder hun goedkeuring. De zuivere verhouding tusschen Kerk en Staat raakte verbroken, het feodalisme beschikte over de kerkelijke belangen en bezittingen ten bate van zich zelf.

De gevolgen van deze misbruiken waren rampzalig. Nu geld en vorstengunst beschikten over kerkelijke waardigheden, daalde het peil der geestelijkheid. De simonie nam hand over hand toe. De

1) Vgl. G. Kurth, De Kerk van Christus bij de Keerpunten der Geschiedenis, Sittard, 1902; hoofdstuk III, De Kerk en het Leenwezen.

Sluiten