Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i58

tucht verzwakte en het celibaat werd verwaarloosd. Toen het goede voorbeeld van zoo vele geestelijken ging ontbreken, tastte het bederf ook de leeken aan. In het begin van de elfde eeuw richt de ketterij schromelijke verwoestingen aan in den wijngaard des Heeren.

Ketterij. Deze ontstond in de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk om zich te verspreiden naar alle kanten. Het was een weerzinwekkende religieuze anarchie, deze leer. Zij versmaadt minachtend de H. Kerk en de Sacramenten, kenmerkt zich door hartstochtelijken haat tegen de geestelijkheid, loochent de almacht en barmhartigheid van God, ontkent de Godheid van Jezus Christus en de verheven beteekenis van diens Verlossingswerk. Somber en troosteloos beschouwt zij de macht van het kwade, even machtig •als die van het goede, waartusschen de ziel hopeloos gevangen zit, veroordeelt het huwelijk en verheerlijkt den zelfmoord als een heldendaad. Tot in zulk een moeras van moreele ellende kon een wereld afzinken, die verdwaald was geraakt in den opstand tegen het onmisbaar gezag, zoowel van den Staat als van de Kerkl

Cluny. De Europeesche Christenheid stond opeen keerpunt: ondergang of herstel. Zij dankt de uitredding aan de Kerk. Zooals de monniken van den H. Benedictus de barbaarsche Germanen tot Christus geleid hadden, zoo waren zijnet, die 't eerst begonnen de Christenheid weer tot Christus terug te brengen. Reeds omstreeks 950 ontstaat de beweging van C1 u n y, een Benedictijnerabdij in Boergondië, die onder voortreffelijke leiding langzaam aan het werk van het herstel ter hand neemt. De Cluniacenzers vormden niet een afzonderlijke Orde, maar een congregatie binnen de Orde der Benedictijnen. Zij beoogden en bereikten ten slotte het volgende:

1. herstel van de oorspronkelijke tucht in de kloosters;

2. bestrijding van de willekeur van het feodalisme;

3. bevrijding van de verkiezing der Pausen van de voogdij der Duitsche koningen;

4. bevordering van de kerkelijke kunst en wetenschap.

Meer dan twee duizend kloosters sloten zich na verloop van tijd aan bij de moeder-abdij van Cluny en haar beginselen.

Vooral door den invloed der Cluniacenzers is de Godsvrede ingevoerd, waardoor het verderfelijk vuistrecht is gekortwiekt, een eerste nederlaag van het feodalisme. De adel mocht zijn veeten voortaan niet meer uitvechten op de kerkelijke feestdagen en van Woensdagavond tot Maandagmorgen van elke week. Dat kwam haast neer

Sluiten