Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

175

slechts den regeeringsvörm, zooals Engeland dien van oudsher gekend had, maar waaraan de koning zich niet meer stoorde:

1. Niemand mag in hechtenis genomen worden of van zijn goederen beroofd enkel op koninklijk bevel, zonder wettelijk vonnis.

2. Zonder toestemming van den Grooten Raad der prelaten en baronnen zal de koning geen algemeene belastingen heffen.

3. De vrijheden der Kerk worden bevestigd, de vorst kan geen invloed uitoefenen op de benoeming der bisschoppen.

4. Aan de burgerij wordt gewaarborgd de erkenning der stedelijke privilegiën en de veiligheid van het handelsverkeer.

Al behelsden deze artikelen geen nieuwe hervorming van het bewind, een grondwettelijk karakter dragen zij wel. Op de Magna Charta als officieel document gaat terug het recht van toezicht op de belastingen van het latere Parlement. Want tegenover den onbetrouwbaren koning werd geplaatst een permanente commissie van 25 leden, door den adel gekozen, die zal toezien over de uitvoering der Magna Charta en desnoods den koning dwingen om de vastgestelde bepalingen na te komen. In dezen maatregel ligt een duidelijke beperking van de koninklijke macht opgesloten. Jan zonder Land begreep dat zelf het best: „Ze hebben 25 opper-koningen boven mij gesteld", liet hij zich in zijn drift ontvallen.

Dc Albigenzen. Terwijl het koningschap in Engeland de nederlaag leed, zegevierde het in Frankrijk. Een handig, berekend staatsman als Filips II Augustus, ruim van geweten, koud en hardvochtig, toch voorzichtig tegenover zijn tegenstanders, kende geen tegemoetkoming voor het feodalisme. Onophoudelijk was hij er op uit de onafhankelijkheid der groote leenmannen, door diplomatie en geweld, te kortwieken, zoodat bij het einde van zijn regeering alleen Bretagne, Vlaanderen, Champagne en Boergond i ë nog overbleven als machtige kroonleenen. De Fransche staat stond, aaneengesloten door de monarchie der Capetingers, op een keerpunt in zijn geschiedenis.

De ketter ij der Albigenzen had Filips II Augustus nog de gelegenheid verschaft voor een aanval op T o u 1 o u s e, welke door zijn opvolger L o d e w ij k VIII veilig kon doorgezet worden.

Gedurende de tweede helft van de dertiende eeuw heeft deze rampzalige ketterij zich verspreid over het zuidoosten van Frankrijk.

Sluiten