Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

203

jutorium meum intende, Heer, kom mij te hulp. De grootste dichter der Middeleeuwen, D a n t e, die den aanslag van Anagni zelf beleefde, heeft in aangrijpende verzen het vonnis geveld over deze dagen van opstand:

„Ik zie de Fransche wapenen Anagni binnendringen;

„Ik zie den Christus wederom in den persoon van Zijn Plaatsbekleeder gevangen genomen worden;

„Ik zie Hem andermaal overgeleverd aan de bespotting;

„Ik zie Hem wederom gedrenkt met azijn en gal en gekruisigd tusschen twee moordenaars."

De lafhartige legisten hebben het ongeloofelijke beproefd om de nagedachtenis van Bonifatius VIII te bezoedelen, maar het historisch'onderzoek heeft onweerlegbaar vastgesteld de zuiverheid van Dante's visie in deze verzen.

Avignon. Op de verkiezing van den opvolger van Bonifatius VIII trachtte de Fransche regeering zooveel mogelijk invloed uit te oefenen. In 1305 werd C 1 e m e n s V gekosen, een Fransch bisschop, die den pauselijken Stoel verplaatste van Rome naar Avignon. Wat hem tot dit gevaarlijk besluit bewoog, is niet zeker bekend. Stellig werd de Kerkelijke Staat onophoudelijk verontrust door de heerschzucht en den partijstrijd onder den Romeinschen adel, de Pausen hadden daar veel van te lijden; maar de invloed van Filips IV in deze overbrenging van de residentie naar Avignon is evenmin geheel te ontkennen. Het gevolg van Clemens' besluit was, dat de invloed der Fransche regeering te groot werd en derhalve het vertrouwen der volkeren in de pauselijke leiding daalde. Van 1309 tot 1377 duurde het verblijf te Avignon, de zoogenaamde Babylonische Gevangenschap der Pausen.

Proces der Tempeliers. Een der meest beruchte feiten uit de regeering van Filips is het procesderTempeliers. Daarbij komt het misdadige in de theorieën der legisten duidelijk uit. Deze hadden door hun rijkdom de begeerlijkheid van Filips den Schoonen gaande gemaakt. Zware beschuldigingen werden tegen de Orde ingebracht. De grootmeester Jacques de Molay vroeg Clemens V een onderzoek. Filips liet hem imtusschen met alle ridders gevangen nemen en beslag leggen op hun goederen. Dat was alweer het werk van Nogaret, die met het gezag van den Paus geen rekening wilde houden. Naar hetgeen aan 't licht kwam, bleek het vóórtbestaan der Orde een onmogelijkheid en daarom werd zij op het Algemeen Concilie te Vienne in 1312 opgeheven, nietbij rechtelijke uitspraak, maar dooreen pa uselijke beschikking. De Orde was voor haar doel onge-

Sluiten