Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

309

ring — voor de wettige verkiezing van een Rooms eh-Koning voldoende was. Lodewijk deed groote ontevredenheid onder de rijksvorsten ont• staan door Brandenburg, Tirol enKarinthië aan zijn Huis te brengen en zijn gemalin Margareta in 1345 te beleenen met Holland, Zeeland en Henegouwen. In 1346 wordt een tegenkoning gekozen, Karei IV, uit het Luxemburgsche Huis. Van 1347, het sterfjaar van Lodewijk van Beieren, tot 1437 zijn de Luxemburgers bijna onafgebroken aan de regeering gebleven.

§ 3« Het Engelsche Parlement.

Het Parlement. De ontwikkeling van het staatsgezag vertoont in Frankrijk, het Duitsche Rijk en Engeland een merkwaardig verschil. Terwijl de koninklijke macht in Frankrijk meer en meer gecentraliseerd wordt en ten slotte de absolute monarchie er zal zegevieren, is de staat in de Duitsche landen steeds gedecentraliseerd gebleven. Engeland daarentegen verkreeg het eerst van alle Europeesche landen een constitutioneelen regeeringsvorm door zijn Parlement. Sedert de regeering van Hendrik III is de vertegenwoordigende en meebesturende vergadering nooit meer uit de geschiedenis van Engeland verdwenen.

Eduard I, 1272—1307, heeft de grondwettelijke bestuursinrichting van zijn rijk voor goed bevestigd. De hooge adel had zitting in het Parlement krachtens zijn heerlijke rechten, de hooge geestejijkheid vanwege de waardigheid van haar ambt. Zij verschenen in de vergadering uit eigen bevoegdheid. De lagere adel daarentegen werd afgevaardigd door de plattelandsdistricten, hij was vertegenwoordigd bij volmacht. De voltooiing van den constitutioneelen regeeringsvorm ligt echter in het feit, dat ook de burgerij haar afgevaardigden verkreeg. De toenemende welvaart der steden maakte haar steun in het financieel beleid van het koninkrijk welhaast onmisbaar. Vooral de steeds stijgende bloei van den wolhandel heeft Engeland langzamerhand omgevormd van een landbouwstaat tot een land, waar handel, industrie en verkeer van grootere beteekenis gaan worden. Sedert 1295 verschijnen de vertegenwoordigers der steden naast die van den adel en geestelijkheid in het Parlement, bij volmacht.

Sluiten