Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

212

een ttoonstrijd tusschen den koning, D a v i d B r u c e, en den pretendent der nationalisten, EduardBaliol, gebruik om de Schotten bij H a 111 d o n Hill, 1333, een geduchte nederlaag toe te brengen. Het Schotsche Parlement moest Eduard als leenheer erkennen, i334, de onderwerping van het land aan Engeland scheen in de toekomst bereikbaar, toen Filips VI van Frankrijk de partij der Schotten koos.

Het eerste bedrijf van den oorlog, 1337—1360, verliep voor Frankrijk zeer ongunstig. De Klauwaerts in Vlaanderen hadden Zich aan de zijde van Engeland geschaard uit verbolgenheid op den Franschgeainden graaf, die de bescherming genoot van Filips VI van Frankrijk. Eduard III maakte den graaf de regeering vrijwel onmogelijk door zijn onderdanen den wolhandel met Vlaanderen te verbieden. Groote werkeloosheid in de Vlaamsche industriesteden en een geweldige opstand der gilden waren het gevolg. J a c o b vanArtevelde, de leider te Gent, sloot een verbond met Engeland en herstelde den wolhandel daardoor. Eduard III deed zijn vloot een expeditie naar Vlaanderen ondernemen, Vlamingen en Engelschen versloegen in 1340 de Fransche zeemacht bij Sluis. Toen Artevelde echter een poging waagde om de dwingelandij der „weverie" te breken* keerde het volk zich tegen hem, hij werd vermoord. Engeland verloor den steun der Vlamingen, 1345.

In het volgend jaar landden de Engelschen in het noorden van Frankrijk. Bij C r é c y kwam het tot een bloedigen slag, waarin de Engelsche boogschutters den doorslag gaven, 1346. Eduard, wegens aflff zwarte wapenrusting bijgenaamd de Zwarte Prins, ver.overde Cal ais, 1347, dat 200 jaar lang in 't bezit der Engelschen bleef. Een vergoeding voor de geleden verliezen was voor Filips VI de aanwinst van D a u p h i n é, dat door zijn vorst verk^t werd aan de Fransche kroon. Voortaan heette in Frankrijk de troonopvolger „dauphin".

Filips VI was een onverschillig, vorst, die te midden van de ellende zijns volks in overdaad leefde, om aan geld te komen de geestelijkheid de d é c i m e s'sfeen tiende der inkomsten) oplegde en een drukkende zoutbela*ing, de g a b e 11 e, invoerde. Hij stierf in 1350.

Zijn zoon J a n 11, de G o e d e, was niet opgewassen tegen de moeilijkheden van het bestuur. Nadat de Zwarte Prins op de Franschen bij M a u p e r t u i s een schitterende overwinning behaald had, 1356, waarbij de koning en zijn zoon zelfs gevangen genomen werden, dreigde er een hevig oproer. De dauphin Karei kreeg het

Sluiten