Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

martelaarschap. Haar gevangenschap was een zee van zielelijden, de beleedigingen, waaraan zij onbeschermd werd blootgesteld, gaan alle besdMjving te boven. Zelden is in de geschiidfeöiszulk een onrechtvaardig en laaghartig proces gevoerd als tegen de-Heilige Maagd van Orleans. Het werd beheerscht door de vijandelijke politiek tegen Frankrijk. Het was de vervolgers van Jeanne d'Arc te doen om van haar te verkrijgWde verzaking van haar „Stemmen'', van de boven^ tóftÖurlijke roeping, waartoe de Voorzienigheid haar had ufafkP3 koren, om daarmee de kroon vin Frankrijk te brandmerken. Maar de politiek faalde, al putte zij zich uit in de onbarmhartigste middelen. Alles stuitte af op de onbuigbare standvastigheid van Jeanne d'Arc, bijgestaan door de verscbi&ing der Heiligen, die te Domrémy haar Gods H. Wil hadden kenbaar gemaakt. De Engelschen wilden haar dood, omdat zij hun legers verlamde. Zij8#erd veroordeeld tot den vuurdood onder beschuldtfijng van ketterij en tooverij.

Na de mededeeling van het vonnis ontving Jeatfne d'Arc met innige godsvrucht de Heilige Communie, biddend besteeg zij den brandstapel om als een tóffige, heldhaftig te sterven, 30 Mei 1431, op de markt te Rouaan. Zij zegevierde in haar dood, het volk vereerde haar als martelares, diep onder den indruk van haar laatsten strijd.

In 1456 was Parijs getuige van het plechtig eerherstel van Jeanne d'Arc, waarbij de Kerk en de regeering van Frankrijk met elkander: samenwerkten-. Het werk van haar vijanden, met name van Pierre Cauchon, die de zwaarste verantwoordelijkheid draagt, was ongedaan gemaakt. ,

Gedurende haar proces heeft de Heilige van haar onrechtvaardige rechters meermalen geëischt een beroep op den H. Stoel. Die eisch is vervuld, maar op geheel bijzondere wijze: Paus Benedictus XV heeft in 1920 de heiligverklaring van Jeanne d'Arc uitgesproken.

Al heeft Karei VII in schuldige ondankbaarheid geen ernstige poging gedaan om haar te redden, het geloof aan haar hooge zending deed het zelfvertrouwen der Franschen wakker worden, de ondernemingsgeest der Engelschen bleef gebroken door vrees en moedeloosheid. De Franschen heroverden het eene gewest na het andere, Filips de Goede van Boergondië sloot in 1435 vrede met Karei VII.

Reeds in 1436 hield de koning zijn intocht binnen Parijs, zooals de H. Jeanne d'Arc het voorspeld had. Toen de Engelsche aanvoerder Talbot een poging deed om het te herwinnen, verloor hij bij C h a* t i 11 o n in 1453 den slag en het leven. Dit was de laatste