Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

291

Gustaaf Adolf stond aan de oostgrens van Beieren, Praag had zich overgegeven aan een leger uit Saksen, de weg naar Weenen lag open. Alleen een goed generaal kon den keizer redden. Die was er wel een, maar hij was niet gemakkelijk te winnen: Wallenstein.

Wallenstein teruggeroepen. De veldheer aanvaardde de taak om een leger op de been te brengen. Binnen drie maanden had hij 40.000 man bij elkaar. Toen echter speelde hij den keizer een leelijke partij: hij weigert het opperbevel. Ferdinand kon hem met missen, drong aan, beloofde, maar Wallenstein stelde allerlei voorwaarden.

Ferdinand boog voor den gemalen speculant, die zijn onmisbaarheid met ijzeren koelbloedigheid wist uit te buiten. Zijn verschijnen in het strijdperk deed de krijgskans keeren. Praag en Bohemen werden heroverd, in 1632 viel de beslissende slag bij Lützen. Het keizerlijk leger werd verslagen. Pappenheim sneuvelde, maar grooter verlies leed de protestante partij door den dood van Gustaaf Adolf op het slagveld.

De Zweedsche kroon kwam aan zijn zes-jarig dochtertje Christ i n a, het bestuur over Zweden werd gevoerd door den Rijksraad en dèn Rijkskanselier Axel Oxenstjerna. Deze besloot de politiek van Gustaaf Adolf voort te zetten.

Wallenstein vermoord. Wallenstein nam na den slag van Lützen een dubbelzinnige houding aan. Hij voerde geheime onderhandelingen met Saksen, Zweden en Frankrijk, naar men meende om den keizer te dwingen, hem de Boheemsche koningskroon te schenken. Maar het hof te Weenen wist zijn bekwaamste onderbevelhebbers aan zijn zaak te onttrekken, o.a. Gallas en Piccolomini. Toen hij het leger tot een openlijken afval niet kon verleiden, trok Wallenstein naar Eger, om daar Bernard van Saksen-Weimar te ontmoeten. Daar werd hij door eenige officieren vermoord, maar met op last van den keizer, al heeft deze de moordenaars beloond.

Wallenstein's leger ging nu over in dienst van den keizer. Jan van Werth, Tilly's opvolger, bracht aan de Zweden een zoo zware nederlaag toe bij N ö r d 1 i n g e n, 1634, dat zij tot de Oostzee teruggedrongen werden.

De zege van Nördlingen had groote gevolgen.

Saksen sloot vrede met den keizer in 1635. Brandenburg, Mecklenburg, de andere protestante vorsten volgden dit voorbeeld. Te Praag kwam het slotverdrag tot stand. Het restitutie-edict zou gedurende 40 jaar met uitgevoerd, dus feitelijk ingetrokken worden. Voor de

Sluiten