Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

een soort van Nationale Duitsche Kerk te stichten, die van Rome bijna onafhankelijk zou zijn (Emser Punctatiën). De pauselijke nuntius, Pacca, wist echter deze plannen te verijdelen.

Den adel nam Jozef II tegen zich in door de opheffing van de 1 ij f e i g e n s c h a p en door de gelijkstelling van alle standen voor de landswetten zoo ver mogelijk door te voeren.

Centralisatie-politiek. Erger nog werd de ontevredenheid door Jozefs centralisati e-p o 1 i t i e k. Hij wenschte van al zijn Oostenrijksche landen een eenheidsstaat te maken, maar moest daardoor wel in botsing komen met het nationaliteitsgevoel van de zeer uiteenloopende groepen zijner onderdanen, waarmee zijn onstuimigheid geen rekening wist te houden. Zijn besluit om het Duitsch als algemeene taal in te voeren joeg velen tegen hem in het harnas.

Het was des keizers eigen schuld, dat overal verzet uitbrak. In de Oostenrijksche staten heerschte een toestand van chronische spanning, die in de Oostenrijksche Nederlanden en Hongarije ten slotte zich ontlaadde in een openlijken opstand.

De grieven der Belgen richtten zich vooral tegen het J o s e p h in é u m, een staatsschool te Leuven en te Luxemburg voor de opleiding der geestelijkheid, en tegen de intrekking van al de eeuwenoude privilegiën. De kardinaal van Mechelen en de Staten der ZuidNederlandsche gewesten teekenden protest aan. Jozef beantwoordde dit met de opheffing van dejbyeuse Entrée. In hun verontwaardiging tegen 's keizers dwingelandij gingen de Belgen over tot verzet onder aanvoering van Van der Noot en Vonck en proclameerden de'o n a fhankelijkheidder Vereenigde Belgische Staten, 1790.

Ook in Hongarije dreigde het gezag van Jozef II geheel verloren te gaan. De keizer zag zich genoopt tot groote concessies.

Zijn bekwame opvolger, Leopold II, 1790—1793, heeft, door beleidvol toegeven vooral, de rust in beide landen weer hersteld.

Frederik IL Een opvallende tegenstelling met de regeering van Jozef II vormt het bestuur van Frederik II in Pruisen. Deze noemde zich „den eersten dienaar van den staat", maar een dienaar met despotische macht. Hem dankt Pruisen zijn plaats onder de groote mogendheden van Europa.

Hij was de eerste monarch van Europa, ':e de pijnbank afschafte. Zijn reor-

Sluiten