Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

zijde van Karei III van Spanje, een heftige aandrang uitgeoefend op Paus C1 e m e n s XIV, met hel doel de algeheele opheffing van de Orde te verkrijgen. Lang heeft de Paus zich daartegen verzet, maar de dreigementen der tegenstanders werden steeds gevaarlijker. In 1773 hief Clemens XIV de Orde op. De pauselijke breve bevat echter geen vonnis, geen schuldverklaring tegen de Jezuieten, maar stelt de opheffing voor als een noodzakelijk middel om den vrede in de Kerk te herstellen.

Frederik II waardeerde het opvoedingswerk der Jezuieten en het hun in zijn staten de vrijheid, Katharina II zag in hen verdedigers van de wettige overheid en steunde hen daarom; beiden beletten de afkondiging der breve en zoo bleef in deze landen de Orde bestaan. In 1814 heeft Paus Pius VII de Jezuieten weer hersteld.

§ 5. Het Voorspel van de Fransche Revolutie.

De Vrijmetselarij. De moderne wijsbegeerte zou nooit zulk een groote macht ontwikkeld hebben, dat zij de hoofdoorzaak kon worden van de Fransche Revolutie, wanneer de Verlichting niet haar eigen organisatie had gevormd, welke gericht was tegen Kerk en Staat beiden: de Vr ij me t s e 1 ar ij. Zij is ontstaan in Engeland, oorspronkelijk in den vorm van gesloten vakorganisaties met „wijsgeerig-godsdienstige" strekking, die zich later ook met de politiek inlieten en ten slotte de moderne theorieën tot de hare maakten. Ook in Duitschland vormde zich een dergelijk geheim genootschap. In 1717 sloten beiden een fusie, de zgn. Groote Loge van Londen. Haar beginselen werden omschreven in de Constitutie van Anderson, 1723. De hoofdstrekking daarvan is deze:

1. De ontkenning van de Openbaring, van elk dogma, van alle kerkelijk gezag.

2. De geheele wereld wordt beschouwd als één groote republiek, waarin elk volk een gezin en elk mensch een kind is, en het gezag niet op God teruggaat.

3. Alle vrijmetselaars zijn gebonden aan de wet van de humaniteit, welke de tien geboden vervangt.

4. Binnen de loge bestaat volslagen gelijkheid en broederschap.

5. Een strenge geheimhouding omtrent de plannen en werkelijke bedoelingen wordt aan de leden opgelegd.

Sluiten