Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

In het najaar van 1791 kwamen twee veel belangrijker kwesties aan de orde:

1°. Hoe te handelen met de emigranten?

2°. Welke houding aan te nemen tegenover de priesters, die weigerden den eed af te leggen op de Constitution Civile du Clergé?

Het aantal der emigranten was steeds toegenomen. Turijn en Coblenz waren hun algemeene verzamelplaatsen. Vooral aan den Rijn rustten zij zich toe om te gelegener tijd Frankrijk binnen te vallen. Met leede oogen zag de Législative dit alles aan en zij nam de volgende besluiten:

i°. De Graaf van Provence zal persoonlijk uitgenoodigd worden om naar Frankrijk terug te keeren; neemt hij dit niet aan, dan wordt hij vervallen verklaard van het recht van regentschap, bij mogelijk overlijden van Lodewijk XVI.

2°. Men zal alle emigranten uitnoodigen tot terugkeer. Komen zij vóór 1 Januari 1792 niet terug, blijven zij troepen verzamelen, dan zullen hun goederen verbeurd verklaard worden.

De koning bekrachtigde het eerste besluit, sprak zijn veto uit tegen het tweede.

Over de doorvoering van het schisma en de daaruit volgende kerkvervolging heeft de Législative maanden lang beraadslaagd. Girondijnen en Jacobijnen werden het ten slotte in het voorjaar van 1792 eens over de volgende uitzonderingswetten:

1. De laatste, nog gespaarde congregaties, zulke die zich wijdden aan onderwijs en ziekenverpleging, worden opgeheven.

2. Het dragen van het geestelijk gewaad wordt verboden.

3. De prêtres réfractaires, de priesters, die weigerden den eed af te leggen op de Constitution Civile, zullen verbannen worden op de aanklacht van twintig stemgerechtigde burgers. Beroep op de rechtbank werd afgesneden.

Tegen deze wet heeft Lodewijk XVI zijn veto uitgesproken en altijd gehandhaafd. Het was een maatregel erger dan de zoozeer gehate lettres de cachet van het ancien régime. Het toch al dreigend conf het tusschen den koning en de Législative werd daardoor verscherpt, het zou nog gevaarlijker afmetingen aannemen door het uitbreken van den oorlog met Oostenrijk en Pruisen.

Sluiten