Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

§ 7* De oorlog met Pruisen en Oostenrijk. De nederlaag van de Constitutioneele Monarchie.

De Oorlog. De afspraken van Pillnitz waren niet in daden omgezet. Lodewijk XVI had de grondwet aanvaard, men meende in Pruisen en Oostenrijk dus te kunnen afwachten hoe het verder gaan zou. Maar er hing nog een andere kwestie tusschen het Duitsche Rijk en Frankrijk, die de aanleiding werd voor het uitbreken van een oorlog, ofschoon de oorzaak lag in de botsing tusschen de beginselen.

In 1789 waren in Frankrijk de kerkelijke goederen door den staat in beslag genomen en de heerlijke rechten opgeheven. Daardoor waren ook Duitsche heeren getroffen, die voor een gedeelte hun land in Frankrijk hadden liggen, vooral verschillende geestelijke vorsten van het Rijk, omdat de oude kerkelijke indeeling uit vroeger eeuwen nog in stand gebleven was en zoodoende hun gebied in beide landen lag. De Fransche regeering had voor hen schadevergoeding in het vooruitzicht gesteld, waarover onderhandelingen gaande waren. Gedurende den winter van 1791 op 1793 wordt van weerskanten de verhouding hoe langer hoe scherper, naar aanleiding van den steun, dien de emigranten ondervonden in de landen langs den linker Rijn-oever. De bisschoppen van Keulen, Mainz, Trier waren op de hand van de uitgewekenen en lieten toe, dat deze zich wapenden. De Fransche regeering ergerde zich daaraan, zoo ontstaat er een steeds dieper wordende klove.

Er kwam bij, dat er in Frankrijk een sterke neiging bestond voor den oorlog. In het Girondijne n-m inisterie, dat in het voorjaar van 1792 aan de regeering kwam, hadden o.a. Roland en Dumouriez zitting. Juist hun partij wenschte een oorlog. Zij verlangde ook in het buitenland propaganda te maken voor de republikeinsche beginselen: la guerre aux rois, la paixaux nations. Bovendien verwachtte zij van een succesvollen veldtocht versterking van haar eigen positie in het binnenland tegenover de Jacobijnen en afleiding van den steeds heftiger wordenden partijstrijd.

Verschillende Jacobijnen waren tegen een oorlog. Robespierre bijv. voerde als een zijner argumenten aan: „Een gelukkige oorlog met het buitenland, zal leiden tot de militaire dictatuur". Deze is later werkelijk gekomen met den persoon van Napoleon.

Toch zou de oorlog niet uitgebroken zijn, als Leopold II was blijven leven.

Sluiten